Eerste gloednieuwe Machinebouw & Mechatronicalabs voor maakbedrijven in West-Vlaanderen geopend op KU Leuven campus Brugge.

In mei en juni openen POM West-Vlaanderen, TUA West en kennispartners KU Leuven Campus Brugge, Universiteit Gent Campus Kortrijk, Sirris en Howest vijf Machinebouw & Mechatronicalabs waar bedrijven nieuwe technologieën rond industrie 4.0 kunnen uittesten. Op 23 mei beten de innovatielabs ‘The Ultimate Machine’ en ‘The Ultimate Factory’ van KU Leuven Campus Brugge alvast de spits af.

De overgang naar industrie 4.0 is een grote uitdaging en leidt tot efficiëntere productietechnieken, slimme producten en nieuwe businessmodellen. Om West-Vlaamse maakbedrijven futureproof te maken is de integratie van nieuwe technologieën en digitale innovaties zoals bijvoorbeeld augmented & virtual reality, collaboratieve robots, big data of Internet of Things noodzakelijk. West-Vlaanderen beschikt maar over 10% van de Vlaamse middelen voor onderzoek en ontwikkeling terwijl 40% van de Vlaamse jobs in de mechatronica en bijna 25% in de metaalverwerkende sector zich in onze provincie bevinden.

“Navraag bij West-Vlaamse bedrijven bevestigde de nood aan meer onderzoekers die in het hart van de sector actief zijn”, vertelt Jean de Bethune, voorzitter van POM West-Vlaanderen. “De nabijheid van onderzoekslabo’s en –teams versterkt niet alleen de vraaggerichtheid ervan, het zorgt ook voor een snellere en efficiëntere doorstroming tot op de bedrijfsvloer. En dat moet uiteindelijk het doel zijn van onze gezamenlijke inspanningen.” De krachtenbundeling van alle kennispartners actief in West-Vlaanderen zorgt ervoor dat productiebedrijven op elk van de domeinen de high-end demonstratie- en testinfrastructuur op hun concrete bedrijfscase kunnen uittesten.

De eerste twee labs van KU Leuven Campus Brugge in samenwerking met Sirris openden op 23 mei feestelijk hun deuren. Het innovatielab ‘The Ultimate Machine’ creëert moderne machines die in staat zijn om zelf te detecteren of ze nog correct functioneren en indien nodig sturen ze bij, starten ze opnieuw op of sluiten ze zichzelf af. Dit lab vormt machines, voertuigen en robots om tot autonome of semiautonome cyber-fysieke systemen geïntegreerd binnen de Industrie 4.0-omgeving en het bedrijfsnetwerk. “We onderzoeken hoe bedrijven dergelijke slimme machines kunnen ontwerpen en aansturen”, legt professor Davy Pissoort  van KU Leuven uit. "Daarbij voeren we analyses uit via simulaties of voeren we praktische testen uit op concrete prototypes. Hierbij testen we onder andere hoe de machine reageert door omgevingsfactoren aan te passen zoals invloed van trillingen, temperatuurschommelingen of elektromagnetische storingen. Performantie, betrouwbaarheid en functionele veiligheid zijn hier de belangrijkste criteria om af te toetsen.”

Het tweede innovatielab ‘The Ultimate Factory’ gaat nog een stapje verder. “Bedoeling is om verschillende machines te interconnecteren en lokale intelligentie binnen een Industrie 4.0-omgeving toe te voegen om de efficiëntie, nauwkeurigheid en flexibiliteit van het productieproces te verbeteren”, aldus professor Mark Versteyhe van de KU Leuven. "In deze conceptfabriek met een oppervlakte van 100 vierkante meter kan je heel wat machines flexibel af- en aankoppelen om zo een proeftuin te creëren om radicaal nieuwe innovaties uit Industrie 4.0 op een eenvoudige manier te testen.”

Op donderdag 13 juni staan in Kortrijk de openingen van de drie andere Machinebouw- & Mechatronicalabs op het programma. Dan openen het technologielab Augmented & Virtual Reality en de applicatielabs Smart Assembly & Production en Smart Production Organisation hun deuren. Meer informatie over de concrete werking van deze hoogtechnologische labs volgt binnenkort.

Vlnr: Jean de Bethune (voorzitter POM West-Vlaanderen), Hilde Crevits (Vlaams minister van Onderwijs), Dirk De fauw (burgemeester stad Brugge), Gerard Govers (vice-rector KU Leuven) en Piet Desmet (directeur KU Leuven Campus Brugge)

Het project “Machinebouw en Mechatronica centrum West-Vlaanderen” werd ingediend i.k.v. de GTI West-Vlaanderen binnen het EFRO Vlaanderen programma. KU Leuven, Howest, UGent, Sirris, POM West-Vlaanderen en TUA West werken samen om het project te realiseren. De totale projectkost bedraagt 4.270.521 euro. Minstens 700.000 euro hiervan wordt met provinciale middelen toegereden. Het project rekent daarnaast op 1,7 miljoen Europese steun van EFRO en ruim 850.000 euro uit het Hermes-fonds. Dankzij de GTI vloeit er in eerste instantie 20 miljoen euro aan Europese middelen naar West-Vlaanderen. Deze som fungeert als hefboom om in totaal minimaal 50 miljoen euro in onze West-Vlaamse economie te injecteren.Elk project vult daarbij een deel van de totale industrieversterkende puzzel in.